De stad heruitvinden Toekomsten voorstellen Toekomstverhalen voor iedereen Brussel voor iedereen De toekomst begint vandaag De stad heruitvinden Toekomsten voorstellen Toekomstverhalen voor iedereen Brussel voor iedereen De toekomst begint vandaag

Zes wegen naar Bruxsels 2030

Een jaar lang hebben we met burgers en experts gesproken over het verleden, het heden en de toekomst, in de context van onze onderzoeksvraag ‘Hoe delen we de stad met elkaar in Brussel in 2030?’ Dat gebeurde van oktober 2020 tot november 2021 met 482 mensen, verspreid over 10 LabAVenirs, 5 Window Cafés en 40 één-op-één-ontmoetingen met experts en partners.

We verzamelden inzichten en uitspraken die ons een blik bieden op mogelijke toekomsten. Geïnspireerd door die inzichten hebben we 6 principes opgesteld voor het delen van de stad in 2030. We presenteerden deze principes in een online expertenlab en verfijnden ze samen. De 6 principes vormen de basis voor onze toekomstverhalen. Hieronder enkele fragmenten uit de verschillende gesprekken als ‘getuigenissen van burgers’ en de principes die we hieruit afgeleid hebben.

1.

“Ik wil geen geforceerde vermenging of futuristische hybridisatie.” ; “Delen zou betekenen dat ik mijn cultuur moet openstellen.” ; « Uit mijn bubbel stappen betekent een dialoog openen tussen mijn identiteit en de lokale identiteit.” ; “Zich openstellen betekent dat geen van de gemeenschappen, zelfs niet de autochtone, kan doen alsof ze genoeg culturele regels hebben om de dominante cultuur in de samenleving te worden.” ; “We moeten het dominante gedrag in de open ruimte in vraag stellen.” ; “Alles is te georganiseerd, dat is nefast voor de spontaniteit.” ; “Laat ons opera organiseren in Molenbeek, en rap in Woluwe.” ; “Het is niet comfortabel als er te veel interculturaliteit is; we moeten culturen openstellen, maar ook ruimtes behouden waar mensen hun eigen culturen kunnen genieten.” ; “Brussel is een smeltkroes, de mensen hier zitten niet vast in ‘zo doe je dat’-gedrag. We kunnen de mix hier waarderen.”

KRUISBESTUIVING TUSSEN GROEPEN

De stad met elkaar delen in 2030 gaat niet alleen over naast elkaar leven, maar ook over kruisbestuiving tussen groepen. Het idee is om op een respectvolle manier van tolerantie naar een echte interesse voor andere culturen en gebruiken te gaan. Dat betekent dat we af moeten van stereotypen en van de bubbelvorming.

“Het zou interessant zijn om tijdelijke plekken rond verschillende culturen, gemeenschappen en praktijken te hebben om onze ideeën uit te dagen. Het is een manier om de stad mee te laten evolueren met haar burgers.” ; “We kunnen een zinnekeparade, een autoloze zondag en een carnaval organiseren, maar met minder voorbereidingen om de drempel voor participatie zo laag mogelijk te houden.” ; “We hebben behoefte aan ongedefinieerde ruimtes in de stad die ontworpen zijn voor spontane activiteiten.” ; “We hebben meer gemixt wonen nodig.” ; “We hebben ruimtes in de stad nodig voor dagelijks gebruik, die ontworpen zijn met multigenerationele en multiculturele behoeften in gedachten.” ; “Het is niet door het uiten van je eigen cultuur dat je bruggen bouwt. Bruggen bouwen gebeurt wanneer je de grenzen van anderen respecteert.”

2.

“Het is moeilijk om vertrouwen en solidariteit te ontwikkelen met mensen die anders zijn dan jij.” ;  “Er zou geen verschil mogen zijn tussen expats en immigranten.” ; “Diversiteit gaat in de eerste plaats over het erkennen van ongelijkheid.” ; “Er is veel angst voor verschillen.” ; “Alles is te gereguleerd, ik zie geen kinderen in bomen klimmen.” ; “De overgeïnstitutionaliseerde zorg maakt dat we niet meer op anderen durven rekenen.” ; “Zoveel mensen zien Brussel als een transitiestad, dat is moeilijk voor de sociale cohesie.” ; “Het is moeilijk om in contact te komen en banden te smeden met mensen die in Brussel in transitie zijn.” ; “Hoe geef je voorlichting over diversiteit aan mensen die net zijn aangekomen en die misschien niet zo lang blijven?”

UITGEBREIDE ONDERLINGE ZORG EN SOLIDARITEIT VOOR IEDEREEN

Als we de stad met elkaar willen delen in Brussel in 2030 moeten we verder gaan dan zorg en solidariteit voor alleen de mensen die we kennen. Solidariteit is meestal gebaseerd op vertrouwdheid. Het is moeilijk om solidair te zijn met mensen die heel anders zijn dan wij of die hier tijdelijk zijn. Het is belangrijk om de nadruk te leggen op het gemeenschappelijke in plaats van op de verschillen. Zo kan de individualistische levensstijl plaats maken voor meer onderlinge afhankelijkheid en wederzijdse zorg.

“We moeten vrij zijn van vooroordelen, vrij van clichés, vrij van getto’s.” ; “We zien een toename van solidariteit tussen mensen die elkaar niet kennen, door de gedeelde moeilijke situatie tijdens de crisis. We kunnen een crisis in de stad faken?” ; “Integratie in Brussel kan verplicht zijn en voor iedereen, het is een opportuniteit om Brusseleir te mogen worden, zelfs als je hier slechts tijdelijk bent. We zouden verschillende fasen en een meer gepersonaliseerde aanpak van integratie kunnen hanteren.” ; “Nieuwkomers voorlichten over diversiteit en respect is een politieke daad. Het is een kwestie van er prioriteit aan geven.” ; “Culturele activiteiten en het verenigingsleven (vrijwilligerswerk) helpen nieuwkomers bij het opbouwen van sociale netwerken.” ; “We hebben laagdrempelige open gemeenschapscentra nodig waar verschillende mensen naartoe kunnen komen en allerlei soorten activiteiten kunnen organiseren.”

3.

“Voor mij is de vraag: moet iedereen naar overal in de stad gaan?” ; “Als we het hebben over het delen van de stad, dan lijken we te spreken over het in stukken snijden, lijnen trekken en plaatsen onderling verdelen.” ; “Het is niet gemakkelijk om een appartement te vinden in Ukkel of Woluwe, mensen willen niet verhuren aan buitenlanders. Dus dan moeten we naar Molenbeek of Anderlecht.” ; “Wij steken het kanaal niet over.” ; “Ik zou me in geen enkele andere Brusselse wijk thuis voelen dan in de wijk waar ik nu woon.” ; “Ik voel me veilig in mijn gemeente.” ; “Sommige wijken zijn doods. Er zouden overal plekken zoals jongerencentra moeten zijn, ze maken dode buurten levendig.” ; “Ik heb geen romantisch idee dat we overal ‘met z’n allen samen’ moeten zijn. Sommige buurten moeten wel toegankelijker worden. Als ik naar Ukkel wil, doe ik daar een uur over.” ; “De stad delen is moeilijk. We delen bepaalde delen van de stad. We delen de straten. Maar er zijn ook plekken die we niet delen.”

VERBONDEN GEMEENTEN

Door de stad in 2030 in Brussel met elkaar te delen, kunnen er letterlijk en figuurlijk meer bruggen worden geslagen en kunnen verschillende gemeenten met elkaar worden verbonden om de vooroordelen over de buurten weg te werken. Mensen voelen zich goed in een buurt als die is zoals zij het graag hebben, maar dat maakt de buurt vaak minder welkom aanvoelt voor anderen. Dit creëert een paradox tussen ervoor zorgen dat mensen zich ergens thuis voelen en ervoor zorgen dat iedereen zich welkom voelt. Niet iedereen hoeft zich overal thuis te voelen, maar ze het is wel best dat iedereen zich overal welkom kan voelen.

“Gevoelens van veiligheid kunnen worden gestimuleerd door in groep naar verschillende wijken te gaan.” ;  “We hebben een groot polygaam huwelijk nodig tussen de verschillende gemeenten in Brussel.” ; “We hebben meer sociale woningen nodig in rijkere buurten.” ; “Bestaande plekken zoals bibliotheken kunnen als brug tussen gemeenten fungeren.” ; “Meer participatieve projecten op gewestelijk niveau kunnen mensen uit verschillende gemeenten samenbrengen.” ; “We hebben een soort zusterstedenbeleid nodig voor gemeenten, waarbij elke gemeente om de 2 jaar een andere zustergemeente heeft om samen dingen mee te doen.”

4.

“Moet een van de twee talen kiezen in Brussel?” ; “Het promoten van één taal in een multiculturele stad als Brussel roept vragen op in de context van de stad met elkaar delen.” ; “Ik droom van een mooie hammam met mozaïeken, met een theesalon,… Molenbeek, een prachtige plek die de Marokkaanse cultuur laat zien.” ; “Tijdens Covid zaten we online in echokamers, en buiten deelden we de parken en fitnesstoestellen met onbekenden. Het maakte verschillen in de openbare ruimte erg zichtbaar en het voelde onveilig om daar te zijn.” ; “De institutionele kijk op diversiteit als onderwerp is nog steeds ouderwets. Als we het over diversiteit hebben, denken we vaak aan immigranten en kwetsbare bevolkingsgroepen.” ; “Voor 2030 moeten we ambitieus zijn. Zullen we mensen nog steeds indelen volgens geslacht? Misschien komen er ook bots met AI.” ; “Het taalconflict zal toenemen door de enorme toestroom van migranten als gevolg van klimaatverandering en oorlogen.” ; “Taal is een barrière voor mensen om zichzelf te zijn en om zich te verbinden met anderen. We kunnen dat overstijgen door verbinding te creëeren via vaardigheden en interesses.” ; “We moeten verschillen in seksuele geaardheid normaliseren en er open over zijn. Maar je moet je veilig voelen om dit te doen. Idealiter zou iedereen zich veilig moeten voelen om zich te uiten. Super utopisch.”

HET FACILITEREN VAN PLURALITEIT

Om de stad met elkaar te delen in Brussel in 2030 moeten we ruimte bieden voor een pluraliteit aan leefwijzen en uitdrukking van identiteiten. Het gaat erom de pluraliteit van culturele uitingen, talen, genders, perspectieven en soorten te verwelkomen. Door sociale en politieke ruimte te creëren voor pluraliteit, kunnen we van Brussel echt een laboratorium voor de toekomst van steden maken. Er is een belangrijke rol weggelegd voor het onderwijs om multiculturalisme en meertaligheid aan te leren.

“Het is ook comfortabel dat iedereen er visueel zo verschillend uitziet. Je bent niet de vreemde eend in de bijt. Laat zien hoe krachtig het kan zijn om volledig jezelf te zijn.” ;  “Het is niet alleen het onderwijssysteem, ook steden hebben de verantwoordelijkheid om pluraliteit te onderwijzen. Als een jong kind geen antwoorden vindt op school, zou het geweldig zijn als ze deze dingen in de stad vinden.” ; “Wat als we een taal kunnen leren tijdens het koken of klimmen?” ; “We moeten opnieuw nadenken over de voornaamwoorden die we in ons dagelijks taalgebruik hanteren.” ; “Engels kan een officiële taal worden en administratief werk moet in elke taal mogelijk zijn.” “We hebben collectieve vieringen nodig van verschillende festivals en zo kunnen verschillende culturen op een leuke manier onder de aandacht brengen.” ; “De introductie en democratisering van realtime-vertaalapparatuur kan heel wat veranderen.”

5.

In Brussel heb ik iemand nodig die me helpt om in en uit de metro te stappen. Het is een beetje triest. Het kost me veel tijd.” ; “De schoolboeken zijn wit, niet divers genoeg. Je ziet overal perfectie.” ; “We segregeren mensen met een handicap, zetten ze op een bus, steken ze in een sociale blok, in een speciale school. Meng ze met de anderen.” ; “Als iemand een assistent heeft, praten mensen tegen de assistent, niet rechtstreeks tegen de persoon.” ; “Het zou geweldig zijn als ik de bus zou kunnen nemen zonder te plannen en te organiseren. Dat ik gewoon mee kan doen met mijn vrienden die er al zijn, in plaats van dat ze me komen halen.” ; “Het ontbreekt mensen aan voorlichting over verschillen, omdat ze niet geconfronteerd worden met die verschillen.” ; “Ik zou graag meedoen aan de Zinnekeparade, maar iedereen staat recht en kijkt naar boven, ik zit laag in m’n rolstoel.” ; “Omgaan met tegengestelde behoeften en verlangens maakt delen moeilijk. Bijvoorbeeld feestvierders versus demente mensen, spontaniteit versus rekening houden met gehandicapten.” ; “Het gedrag op openbare plaatsen zoals sportlocaties is gebaseerd op genders. De mannelijke sfeer domineert de andere.”

INCLUSIEF DESIGN

De stad met elkaar delen in Brussel in 2030 kan niet zonder inclusief design als uitgangspunt van alles te nemen. Als je iets toegankelijk wilt maken, moet je over het algemeen veel plannen. Dat is nefast voor spontaniteit. Dat is niet zo als we vanaf het begin een multi-needs design panel hebben om alles in de stad te bedenken, te plannen en uit te voeren. ‘Multi-needs’ verwijst niet alleen naar verschillende fysieke en mentale vaardigheden, maar ook naar andere ‘handicaps’, zoals een lokale taal spreken, begrip van culturen,… Loskomen van taboes om over uiteenlopende behoeften te praten is een goed startpunt. Het is belangrijk voor de toekomst van steden om vormgeving en diensten zo te ontwerpen dat ze verschillende mensen in staat stellen op een zinvolle manier deel te nemen aan het dagelijks leven.

“Om mensen in staat te stellen zinvol aan projecten deel te nemen, moet communicatie en informatie inclusief zijn; in meerdere formaten, visueel, audio; en gebracht door organisaties die speciale groepen bereiken. Daar heeft iedereen baat bij, niet alleen mensen met een handicap maar ook nieuwkomers.” ; “Plaatsen om even weg te zijn van de chaos in de stad zijn nodig, zoals stiltepods.” ; “Ontwerpen die je naar elkaar laten glimlachen” ; “Iedereen moet leren om met diversiteit rekening te houden, zodat mensen met speciale behoeften niet extra hoeven te betalen voor hulp.” ; “Tijdens optochten of evenementen zijn er speciale voertuigen nodig waarmee we deel kunnen zijn van de optocht, genoeg plaats op tribunes, aangepaste openbare toiletten, ondersteuning voor senioren, en babysits voor kinderen om moeders toe te laten om ook deel te nemen.” ;  “Om verschillende stemmen te betrekken in participatieve stadsplanning hebben we participatieve credits nodig.”

6.

“Er is een spanning tussen ‘actief burgerschap’ en de bureaucratische integratie van nieuwkomers.” ; “Het integratieproces is frustrerend voor nieuwkomers en sluit niet aan bij hun persoonlijke en professionele motivaties.” ; “Als ze geen actieve rol als burger hebben voelen de meeste mensen zich alsof ze er niet bij horen.” ;  “Diversiteit wordt alleen gezien als rijkdom door mensen met privilege.” ; “Mensen van Europese (niet-Belgische) origine die in Brussel wonen, hebben de minste belangstelling voor lokale politiek (gemeentelijk en regionaal).” ; “De aanwezigheid van aparte Vlaamse en Franstalige onthaalbureaus zorgt niet voor een verenigde respons service qua praktijken en principes.” ; “Niet iedereen heeft de mentale ruimte om deel te nemen aan het vormen van de stad.” ; “Zoveel gezinnen zijn de laatste twee jaar uit hun huis gezet omdat ze de prijzen niet konden betalen.”

EEN THUIS VOOR IEDEREEN

De stad met elkaar delen in Brussel in 2030 kan als we niemand achterlaten en ervoor zorgen dat iedereen zich thuis voelt in de stad. Je kunt je thuis voelen in een stad als je een degelijke woonst hebt. Toegang tot fatsoenlijke huisvesting voor iedereen is een prioriteit. Gevolgd door sociale activiteiten en aangelegenheden waar mensen op een vrije manier anderen kunnen ontmoeten om zo rijke sociale netwerken uit te bouwen.

“Niemand zou meer dan één huis mogen bezitten.” ; “Ultieme veiligheid voor iedereen impliceert een goede huisvesting.” ; “Een ‘sleutelfeest’ voor daklozen waar we alle lege plekken in Brussel opvullen.” ; “Het leren van talen kan een plek zijn mensen te leren kennen, informatie uit te wisselen en sociale netwerken uit te bouwen” ; “Een cultuur waarin we niet per se politie nodig hebben, maar waar iedereen elkaar kan vertellen hoe je op een respectvolle manier moet leven.” ; “Mensen die hier tijdelijk zijn, zouden kunnen stemmen over bepaalde zaken, zelfs als ze tijdens de verkiezingen niet mogen stemmen.”

« Back to exploration